Home

Vorige maand had ik een interessante casus: we werden benaderd door een communicatiebureau dat met een van onze wetenschappers aan het werk wilde. Na wikken, wegen en goed overleg zijn we daarmee akkoord gegaan, ons realiserende dat dit best een aparte situatie was. In het team leverde het in ieder geval al aardig wat discussie op, en bij deze open voor een bredere publiek.
Een ‘reconstructie’, voor de transparantie, maar vooral ook voor die discussie: een volgende keer wel of toch maar niet meer doen?

Begin maart werd ik benaderd door iemand van communicatiebureau Zandbeek. Een van hun klanten is Acotec, een Belgisch coating-bedrijf dat in ook in Nederland meer bekend wil worden. Nu wordt er blijkbaar wereldwijd heel veel geld verspild in onder- of overbescherming tegen corrosie. Ofwel je brengt meer bescherming aan dan nodig is, en dat kost natuurlijk extra. Maar het achterwege laten van beschermingsmaatregelen is zo mogelijk nog kwalijker: korte termijn besparing levert op wat langere termijn extra (gezondheids)schade op doordat dingen kapot gaan en hersteld/vervangen moeten worden. Om uit te zoeken om wat voor bedragen het gaat in Nederland – met als doel het onderwerp ‘op de agenda te krijgen’ – had het bureau een gesprek gevoerd met Arjan Mol, onze corrosiedeskundige.

Dat becijferen bleek redelijk ingewikkeld te zijn, maar toeval wilde dat in deze periode de Amerikaanse organisatie NACE International, The Worldwide Corrosion Authority een rapport ging uitbrengen over hoeveel financiële schade ‘de wereld’ lijdt als gevolg van corrosie. Het bleek te gaan om bedragen als 3,4 procent van het Mondiaal Nationaal Product, ofwel 2,5 biljoen dollar wereldwijd, dus best wel een ding, zeg maar.

Mol kon en wilde die getallen wel vertalen naar de Nederlandse situatie: preventie en bestrijding van corrosie in Nederland zou dan elk jaar ruim 3 procent van ons Bruto Nationaal Product (BNP) kosten, ofwel minstens 22 miljard euro. De kosten van corrosiebestrijding jaarlijks zouden met 3 tot 7 miljard euro te reduceren zijn door betere toepassing van kennis in de praktijk, aldus Mol. Dat is gewoon nieuws, dat hij zelf ook heel graag onder de aandacht van een breder publiek wilde brengen. Concrete vraag van Zandbeek: vinden wij (TU Delft) het goed als zij daarin het voortouw nemen?

Mijn grootste en belangrijkste zorg bij deze vraag was in hoeverre Mol een band had/heeft met Acotec. Bij deze zaak leek me (de schijn van) belangenverstrengeling een heikel punt, dus ik heb hier uitgebreid over gesproken met Mol. Aangezien het bedrijf en Mol onafhankelijk van elkaar op dezelfde lijn zaten, was het belangrijkste bezwaar voor mij daarmee van de baan.

In principe stonden we dus open voor samenwerking. Mijn volgende vraag was hoe ze het zouden willen aanpakken, hoe zouden de concrete acties er uitzien? Want ook in de uitvoering kan het natuurlijk nog raar lopen voor de beeldvorming van onze wetenschapper. Pluggen van het onderwerp bij enkele journalisten, met mondelinge toelichting, is iets heel anders dan breed versturen van een persbericht. En hoe verwoordt je dat bericht dan precies?

Het plan van Zandbeek was in ieder geval om eerst wat grotere nieuwsredacties gericht te benaderen, en afhankelijk van reacties daarna een persbericht naar (vak)media te sturen. Ik moest even slikken toen ik de kop van hun conceptbericht zag: ‘TU Delft: ‘Kosten aanpak corrosie jaarlijks 3 tot 7 miljard euro te hoog’. Dat maakte het wel meteen concreet, vooral met een kop die van ons had kunnen (moeten?) komen, maar dan via een andere afzender (tudelft@zandbeek.nl). Ik ben er nog steeds niet uit wat ik hier nou echt van vindt, moet ik bekennen. In ieder geval had ik er niet een dusdanig slecht gevoel bij, dat ik alternatieven ging voorstellen, dus dat zegt ook al wat.
Naast Mol voerden ze in het persbericht ook een corrosie-expert van Acotec op, logisch natuurlijk, daar hoeven we zeker niet flauw over te doen.

Concrete vraag was ook: wie verstuurt straks het bericht? Met de expert van Acotec erin zou ik dat (namens de TU) niet kunnen doen, dus Zandbeek was hierin logisch. Normaal gesproken horen er dan blijkbaar logo’s boven, maar – los van dat wij dat sowieso nooit doen met onze persberichten – dat leek me ook te ver gaan. Het zinnetje ‘mede namens persvoorlichting TU Delft’ in de ‘Meer informatie’ onder het uiteindelijke persbericht was wat mij betreft een goede toevoeging, want correct, open en duidelijk, zeker als je als bureau actief meelift op de naam van de TU.

Hoewel een enkele grote TV-redactie interesse toonde in het onderwerp, ging dat helaas  uiteindelijk niet door, wellicht omdat het AD al eerder dan verwacht/afgesproken het verhaal publiceerde. Overigens was dat met kort-door-de-bocht redigeerwerk, waardoor enkele zaken niet meer klopten. Het AD-bericht is ook opgepakt door vele andere regionale kranten. Toen Zandbeek daarna het persbericht ook verstuurde naar vakmedia volgden enkele andere berichten online en offline, waaronder Infrasite (dit stuk geeft de boodschap van het persbericht meteen ook beter weer), en een interview met Mol door Cobouw – waarin zijn eigen belangrijkste boodschap goed doorklinkt -.

In de tussentijd had Zandbeek succesvolle pogingen gedaan om het onderwerp onder de aandacht van de politiek te brengen. Onder andere GroenLinks wilde graag meer weten over dit onderwerp, en een afspraak met Mol en Acotec heeft inmiddels plaatsgevonden.

Zo beschouwd is dit een succesvolle actie te noemen, zeker als het via de politiek nog verder gaat lopen, want dat is natuurlijk wel een belangrijk doel van ‘iets op de agenda krijgen’. Grappig detail hierbij ook trouwens: we kregen een keurig overzicht van Zandbeek van de PR-waarde in euro’s van de eerste lading berichten (dat loopt best snel op trouwens), iets waar wij eigenlijk nooit naar kijken (nou vooruit, ik geef toe, voor Nuna is het wel een leuke oefening om te doen).

Wat ik hier zelf concreet aan heb kunnen bijdragen is, naast meelezen, vooral overleg met Mol, de mogelijke gevoeligheden bespreken – inclusief ons gebrek aan ervaring met een specifieke casus zoals deze -, meedenken met hem over de belangrijkste kernboodschappen, en natuurlijk het tussentijds afstemmen met Zandbeek.

Ik ben, samen met de collega’s (en die van Zandbeek ook trouwens), heel benieuwd naar reacties ‘uit het veld’. Of dit voor herhaling vatbaar is, hangt wat mij betreft sowieso wel heel erg van omstandigheden af. Er speelt nu ten tijde van schrijven bijvoorbeeld een andere casus met een communicatiebureau, waarin ik meer terughoudend ben. Zeker ook een leuk onderwerp, maar heel andere omstandigheden, andere rol van de wetenschapper, andere belangen, etc.

Zeker één van de directe collega’s vindt deze casus eigenlijk al over het randje van wat je moet willen voor je wetenschappers: je moet dit gewoon zelf doen, om alle schijn voor te zijn.
Persoonlijk denk ik dat dit wel goed te doen was, met alle checks & balances die in het hele proces zaten, en persoonlijk vind ik ook dat we niet te krampachtig moeten doen over samenwerken met communicatiebureaus, en – breder nog – de samenwerking van universiteiten met het bedrijfsleven (maar dat is iets voor een andere blog).
And on that bombshell: Kom maar op met de vragen en de meningen!

Advertisements

3 thoughts on “Discussie gevraagd: in zee met een extern communicatiebureau?

  1. Dag Roy, wat leuk om zo in jullie proces mee te kunnen leven!

    Ik kan me in zoverre vinden met je directe collega dat het in eigen beheer houden je meer ruimte geeft om je eigen merk te laden en de onafhankelijkheid te bewaken. Maar uiteindelijk sprong je eigen specialist op de vinding en bleek het ook voor TU Delft een interessant item om aan mee te werken. Fraai staaltje samenwerking!
    Was naar jouw idee TU Delft verder ook geholpen met het item? Onderschrijft het jullie expertise, bouwt het aan het merk? Was er in de basistekst voldoende afstand tussen jullie deel en Acotec? Zeker dat laatste kan spannend zijn, aangezien het Acotec uiteindelijk toch gaat om het genereren van Nederlandse business.

    Ik merk dat bij mij de schoen wringt bij “tudelft@zandbeek.nl”. Daar zit toch een vervaging van afzender die naar mijn idee onnodig is. Dit is een item van Zandbeek, met inhoudelijke bijdrage van TU Delft. En dat staat ook zo in de noot. Dan is het naar mijn idee zaak om verhoudingen duidelijk te stellen: Zandbeek is eigenaar en afzender van het item, jullie hebben een grote bijdrage gedaan. Anders dan dat kan niet: jullie hebben Zandbeek niet ingehuurd hiervoor. Dus: persberichten@zandbeek.nl

    Wat betreft uitwerking: ik vind het volkomen logisch dat Zandbeek deze route heeft gekozen om het onderwerp op de kaart te zetten. Jullie naam zal nu wel vaak vallen bij het cold calling dat nu volgt.
    Als aan jullie kant alle zorgvuldigheid is betracht op inhoudelijk gebied, en TU Delft is ook geholpen met publicatie, heb je naar mijn idee een heel goed resultaat geboekt.
    Je hebt nu wel bijna een verplichting om dit vaker te doen, voordat TU Delft te eenzijdig in het collectief geheugen wordt geplaatst (“die zijn toch van de roest?”).

  2. @Merlijn, dank voor je uitgebreide reactie! Ik denk dat in ieder geval Arjan verder is geholpen, en daarmee de TU ook.

    Mailadres: +1

    Eenzijdigheid van het imago van de TU maak ik me niet echt zorgen over, daarvoor komen we toch te vaak met uiteenlopende onderwerpen in de media.
    En ik ben benieuwd naar de cold calling… 🙂

    Die andere casus die ik noemde was trouwens die van die 3D-geprinte nieuwe Rembrandt. Een heel mooi project van J. Walter Thompson, waarin een van onze wetenschappers een adviserende rol had, dus andere omstandigheden.

  3. Zo te lezen nemen jij en je collega’s prima stappen op zoek naar nieuwe grenzen. Dat moet ook, want wetenschapscommunicatie anno 2016 kan meer dan het uitdragen van vastomlijnde ‘kennisreligie’. Het faciliteren van een dialoog, dat is een balangrijke taak, richting publiek, industrie en overheden. Immers (wetenschappelijke) inzichten groeien pas door ze van verschillende kanten te belichten.
    Je zou kunnen zeggen dat je High Performance gedrag vertoont vanuit een High Resilient organisatie 😉

    Dat wetenschappers op persoonlijke voet leren tweeten of schrijven over voor hen relevante kennisvraagstukken is mooi meegenomen voor elke vakgroep. De kunst is inderdaad om excessen vóór een eventuele publicatie af te vangen.

    Onderdeel daarvan is het ontrafelen van belangenverstrengeling te ontrafelen en dit te duiden indien nodig. Zoals je zelf met andere woorden stelt, wil je voorkomen dat: “Wij van WC-eend adviseren … “.

    Gelukkig gaan flexibiliteit en robuustheid hand in hand. Regels en workarounds zijn verstrengeld. Aandacht voor corrosie – langs een alternatieve route – kan daarom geen kwaad en zaait ongetwijfeld ideëen. Ideëen die vorm kunnen krijgen in samenwerking met universiteiten en bestaande industrieen. Ideëen voor nieuwe diensten vanuit een volgende YES!Delft startup om de fiets van Rutte & de Maeslantkering met minder belastinggelden te kunnen onderhouden!

    – – – –

    Off topic: ‘t Lijkt me uitermate zinnig voor Nuna om PR-waarde in Euro’s te leren duiden. Misschien dat een NUON-marketeer wat bijstand kan verlenen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s